Tekst

Sinds 1992 maak ik voornamelijk tekeningen. Wat al deze tekeningen in eerste instantie met elkaar bindt, is het materiaal waarmee ze zijn gemaakt: Siberisch krijt. Een krijtsoort met een diepzwart, fluweelachtig karakter. De vormen die ik teken, krijgen door het gebruik van dit materiaal een haast tastbare, stoffelijke aanwezigheid. De beperking tot zwart-wit biedt mij de mogelijkheid om vooral vorm- en compositiegericht te werken. De plaatsing van de vormen op het vlak en ten opzichte van elkaar is bepalend voor het slagen van een tekening. Gebruik makend van herhaling, stapeling, rangschikking van soortgelijke vormen, zoek ik in iedere tekening naar het juiste, gevoelsmatige evenwicht. Het formaat wordt telkens bij aanvang van het tekenen bepaald. Waren de tekeningen aanvankelijk allen zeer groot -en was het tekenen soms letterlijk een strijd tegen het papier- later bleek dat juist ook zeer kleine formaten een krachtig, geconcentreerd beeld kunnen opleveren. Terugkerend thema in iedere tekening was lange tijd ‘de ontmoeting’. Zoals menselijke wegen elkaar dagelijks talloze keren snijden, kleine momenten samen delen, vervolgens weer hun eigen richting volgen; ontmoeten de zwarte vormen die ik teken elkaar op het witte papier. Bevroren op het moment van de ontmoeting, blijven ze in de vorm van een tekening als beeld voortbestaan, waar anders slechts de herinnering aan dit moment zou resten. Door de vele ontmoetingen die iedere dag plaatsvinden, is er telkens weer een aanleiding om opnieuw te beginnen- slechts met behulp van een stukje krijt- aarzelend, aftastend, dralend; totdat de eerste lijn of vlek op het papier is gezet en er uiteindelijk een nieuwe tekening ontstaat. De vormentaal die uitdrukking geeft aan deze ‘ontmoetingen’ roept associaties op met organische vormen (botten; tanden; keien, geslepen en getekend door de jaren en de tand des tijds) maar is nooit een letterlijke weergave van de ‘werkelijkheid’. Er is eerder sprake van een gedachte, associatieve ‘werkelijkheid’. Recentelijk is in mijn werkwijze deze thematiek steeds meer op de achtergrond geraakt. Ze is in gedachten nog wel aanwezig, maar vormt niet langer de letterlijke aanleiding voor en bindende factor tussen mijn werken. Eerder genoemde vorm- en compositiegerichtheid zijn nu onderwerp op zich geworden. Dit onderzoek komt ook tot uiting in het gebruik van ander materiaal naast Siberisch krijt en potlood en het loslaten van de beperking in kleurgebruik. Naast incidentele uitstapjes in ‘ruimtelijke richting’ in de vorm van installaties, wandtekeningen en -schilderingen, is recent een serie kleine schilderijen in acrylverf ontstaan, waarin spaarzaam kleur is toegelaten. De platheid van dit materiaal staat vrijwel haaks op de zachte aaibaarheid van het Siberisch krijt. Hoewel de vormentaal op zich herkenbaar blijft, ontstaat er door de toepassing van andere materialen gaandeweg meer differentiatie en verdieping.